15-07-15

Herdenking in de Marinekazerne LTZ Victor Billet te St Kruis Brugge op 05/09/2014

BILLET 2014-1.jpgBILLET 2014-6.jpgBILLET 2014-8.jpgBILLET 2014-11.jpgBILLET 2014-14.jpgBILLET 2014-16.jpgBILLET 2014-17.jpgBILLET 2014-21.jpgBILLET 2014-37.jpgBILLET 2014-39.jpgBILLET 2014-41.jpgBILLET 2014-47.jpg

19:10 Gepost door Het Herdenkingscomit | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Herdenking 70ste verjaardag "Operation Jubilée" in Dieppe op 17, 18 en 19 augustus 2012

DSCN2176.JPGDSCN2165.JPGDSCI0338.JPGDSCN2168.JPGDSCI0329.JPGDSCI0330.JPGDSCI0325.JPGDSCI0322.JPGDSCI0320.JPGDSCI0305.JPGDSCI0317.JPGDSCI0302.JPGDSCI0301.JPGDSCI0288.JPG

18:41 Gepost door Het Herdenkingscomit | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

12-09-08

Herdenking 65ste verjaardag op 19/08/2007 te Dieppe

DIEPPE05b

Herdenking op het Cimetière des Vertus met de leerlingen van de KMS, 146ste Promotie Sociale en Militaire Wetenschappen "Luitenant-ter-Zee Victor Billet"

COPY982

Toespraak van KTZ J.C. Lienart voorzitter van het herdenkingscomité

COPY993

Bloemenhulde door Kol(b.d.) F. Crepain, voorzitter Mars & Mercurius afdeling Brugge/W.VL.

DIEPPE06


18:13 Gepost door Het Herdenkingscomit in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Herdenking 60ste verjaardag op 19/08/2002 te Dieppe

 

 

Dieppe 2002_1

Herdenking op la Cimetière des Vertus waar de meeste slachtoffers van de Raid op Dieppe begraven liggen

Dieppe 2002_2

Plechtigheid aan de gedenkplaat voor LTZ Victor Billet aan de rotonde op de dijk van Dieppe. FKP Maryse Van Bussel vertegenwoordiger van de Belgische Marine legt een krans neer.

DIEPPE 65E ANNIVERSAIRE DU RAID DU 15 AOÙT 1942 073

 

Dieppe 2002_3

Ere KTZ J.C. Lienart voorzitter van het herdenkingscomité LTZ Victor Billet

 

Dieppe 2002_5

De kinderen en kleinkinderen van LTZ Victor Billet

Dieppe 2002_4


15:46 Gepost door Het Herdenkingscomit in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

30-12-06

Levensgeschiedenis van LTZ Victor Billet

 Victor Louis Guillaume Billet werd geboren in Sint-Joost-ten-Node, op 3 mei 1902 als zoon van Guillaume Jean Billet (° 18/01/1879 en + 13/10/1948) en Sophronie Emilie Thiry.Hij volgt middelbaar onderwijs aan het Collège Saint Louis in Brussel.Van 1919 tot 1922 krijgt hij zijn zeemansopleiding als cadet aan boord van verschillende opleidingschepen.Van 16/06/1919 tot 31/10/1919: aan boord van het stationair schoolschip Comte de Smet de Nayer.Van 02/02/1920 tot 21/08/1920: aan boord van het schoolschip L’Avenir voor een reis van Antwerpen naar Bahia Blanca en terug.Van 14/02/1921 tot 16/09/1921: aan boord van het schoolschip L’Avenir voor een reis van Antwerpen naar Buenos Aires en via Hull terug.Van 07/11/1921 tot 20/07/1922: studeert aan de Zeevaartschool te Antwerpen en behaalt het getuigschrift van aspirant-dekofficier bij de Koopvaardijvloot.Zeemansboekje nr. 4207 – Algemeen Stamboeknummer van Antwerpen nr. 7881. 

victor_billet

Hij huwt op 22/6/1927te Brunoy (Frankrijk) met Laure Nayaert (° Ixelles 22/11/1903 en + Brugge 05/01/1996) dochter van Pierre Leon Nayaert en Catherine Bastiaens. Zij schenkt hem 4 kinderen: Georges, Victor ° Tournai 09/04/1928, Gisèle, Laure ° Oostende 30/04/1932, Yves, Ange, Amand ° Oostende 02/05/1934  + Quincan (Fr) 16/04/1991 en Alain, Pierre, Claude ° Steene 28/11/1938.  

Van 1922 tot 1928 vaart hij onder de vlag van de rederijen La Royal Belge Argentine, Lloyd Royale en Deppe. In 1927 vervult hij een deel van zijn militaire dienst bij het 3de Linie Regiment in Oostende. Op 22 oktober 1927 wordt hij na ziekte vrijgesteld voor verdere militaire dienst en kan hij terug gaan varen.Van 1928 tot 1930 vaart hij op de Kongostroom voor de Union Nationale des Transports Fluviaux.Op 17 april 1931 behaalt hij het brevet van Kapitein op de grote vaart. Hij monstert aan als kapitein bij de rederij N.A.V.A.N.A. 

In 1932 volgt hij een opleiding “Scheepvaart in Oorlogstijd” aan de Zeevaartschool te Oostende en behaalt op 21 juni 1932 het “Certificat d’Aptitude de la Division Supérieure – Section Pont”.Van 1933 tot 1934 vaart hij in dienst van de rederij Cockerill. 

Van 1934 tot 1940 komt hij in dienst van de Staatsmarine. Na korte tijd gewerkt te hebben bij de loodsdienst, vaart hij aan boord van diverse pakketboten op de lijn Oostende – Dover, op het visserijwachtschip “Zinnia”, het hospitaalschip “St. Yves” en de Oostendse treilers “O80 Duchesse de Brabant” en “O.89 Freddy”, waar hij deelneemt aan viscampagnes in de zee rond IJsland waarbij hij talrijke foto’s en 2 films opneemt. Op 2 oktober 1936 wordt hij benoemd tot Luitenant en ingeschreven op de Rol van de Staatsmarine, onder registratienr. SME/118. 

Tussen 1937 en mei 1940 is hij lid van de Unie ter bevordering van het visverbruik. Hij geeft voordrachten en vertoont zijn films in verschillende Belgische steden. Hij werkt nauw samen met de aalmoezeniers van de arbeid van de visserijschool “Paster Pype”. Onder impuls van zijn echtgenote Laure Nayaert sticht hij het Werk der Peten van de Vissersknapen, om het lot der visserswezen van de koninklijke liefdadigheidsinstelling “IBIS” te Oostende te verzachten. Hij maakt ook propagandafilms voor de lijn Oostende - Dover. 

De ochtend van 10 mei 1940 wordt Luitenant Victor Billet door zijn buurvrouw op de hoogte gebracht dat de Duitsers ons land zijn binnengevallen. Hij stond klaar om met de tram te vertrekken naar de vismijn. Men heeft hem gelast uit te zoeken hoe het komt dat er zo’n hoog percentage vis van mindere kwaliteit is en wat er kan aan gedaan worden, in het hoger belang van de propaganda voor de zeevisconsumptie. Hij spoedt zich naar de kantoren van de Staatsmarine maar krijgt daar van de directeur te horen “ Ga maar terug naar uw cinema!”. Dit komt natuurlijk omdat Billet sinds 1937 vaker gedetacheerd was bij het departement Visserij en Propaganda dan dienst deed aan boord van de pakketboten. Hij is min of meer de cineast van het Bestuur van het Zeewezen geworden en zijn onverwachte terugkeer moet voor de directeur een probleem betekenen. Gelaten vertrekt hij naar de vismijn en meldt zich aan bij de directeur.  

Op 14 mei gaat hij opnieuw naar de kantoren van de Staatsmarine, daar sturen ze hem terug naar de vismijn. ’s Middags wordt hij verzocht meteen naar de kantoren van het Zeewezen te gaan. Uiteindelijk wordt hij aan boord van de “Prince Philippe” geplaatst. Het is de bedoeling om de volgende dag om 16.00u met het schip Oostende te verlaten. Doordat er gevreesd wordt voor magnetische mijnen voor de ingang van de haven wordt de afvaart uitgesteld  tot de mijnenvegers uit Duinkerken de ingang komen vrij maken.Uiteindelijk vertrekt het schip vrij onverwacht op 16 mei ’s middags. Billet heeft zelfs geen tijd meer om zijn familie te laten inschepen. De directie verzekert hem echter dat er voor gezorgd zal worden dat ze kunnen inschepen op een andere pakketboot. Na middernacht worden ze door een Engelse destroyer gedwongen voor anker te gaan naar de Dows.  

Op 19 mei wordt het anker uitgegooid voor Southampton, vlak bij de pakketboot “Prince Baudouin” die laat weten dat mevrouw Billet en de kinderen aan boord zijn. Met uitzondering van de “London-Istanbul” liggen alle pakketboten voor anker bij Southampton. Van 19 tot 28 mei blijven de schepen voor anker liggen en wordt het leven aan boord voor iedereen eentonig. Het nieuws dat het Belgisch leger zich heeft overgegeven komt voor Luitenant Billet heel hard aan. Het is een dag van nationale rouw. Op 28 mei 1940, vraagt hij aan de commandant toelating om de vlag halfstok te hangen van 10.00u tot zonsondergang. 

De neutrale houding van de regering Pierlot en van het personeel van de Staatsmarine, alsook de weigering van sommige vissers en van onze pakketboten om te helpen bij de evacuatie van Duinkerke schiet de Britten in het verkeerde keelgat. De Britse admiraliteit twijfelt sterk aan de strijdlust van onze zeelui en vissers. De Britse regering vertrouwt de Belgen niet.De vraag van het BSAC (Belgian Shipping Advisory Committee) aan de zeelieden van de Staatsmarine om te varen voor het Ministry of Shipping, levert niet veel op. 

Victor Billet beslist in te gaan tegen die “neutrale” houding. Hij onderneemt stappen om een nieuwe militaire marine op te richten. Op 4 juli 1940 schrijft hij het Ministry of Shipping om zijn diensten aan te bieden. Hij brengt meteen ook directeur Lesure van de Staatsmarine op de hoogte. Half juli echter krijgt hij van de Staatsmarine een blaam omdat hij zijn diensten heeft aangeboden aan Groot-Brittannië. Profiterend van zijn verblijf in Londen trekt hij naar de kantoren van het Zeewezen, waar hij commandant-directeur Boël voorstelt een nieuw Marinekorps samen te stellen met “werkloze” vissers. In afwachting van een antwoord wordt hij braafjes teruggestuurd aan boord van de Prince Philippe te Southampton. Commandant-directeur Boël wijst, waarschijnlijk in overleg met de regering Pierlot, het voorstel van Billet af. Na dit antwoord probeert Billet zich nog een laatste maal te houden aan de bevelen van de Staatsmarine. Op 23 juli 1940 echter is zijn geduld ten einde. Hij vraagt verlof zonder wedde om in alle vrijheid zijn diensten te kunnen aanbieden aan de Britse Admiraliteit. 

Op 27 september 1940 gelast Mr. Van Campenhout, kabinetschef van minister Gutt en lid van het BSAC (Belgian Shipping Advisory Committee), Billet 30 vissers te rekruteren in Londen. Men verzekert hem dat dit de eerste stap is in de richting van een Belgische Koninklijke Marine. Enerzijds zegt Van Campenhout er niet bij dat waterschout Depoorter samen met Lt. Morell RNVR, een van de mannen van Sir Gerald Dickens, reeds de opdracht heeft gekregen vrijwilligers te rekruteren, en anderzijds geeft hij Billet slechts drie dagen voor zijn rekruteringswerk. Ondanks de moeilijke aard van de opdracht in Londen slaagt Billet er toch in 22 vissers en 9 burgers, onder wie 4 studenten, te rekruteren. Op 1 oktober 1940 wijst Van Campenhout de burgers af, onder voorwendsel dat ze het leger moeten vervoegen! Op 10 oktober 1940 benoemt de admiraliteit Billet tot luitenant RNVR. Op 14 oktober krijgt hij het bevel zich naar H.M.S. Royal Arthur te begeven, een centrum voor basisopleiding in Skegness, om er vanaf 19 oktober de opleiding van de eerste vrijwilligers op zich te nemen.Ondertussen verneemt hij via Van Campenhout dat hij de 31, door Depoorter en Morell gerekruteerde, vrijwilligers onder zijn hoede zal krijgen in het kamp H.M.S. Royal Arthur, terwijl zijn eigen gerekruteerde vrijwilligers het tweede contingent zullen vormen. 

Eind november 1940 komt admiraal Dickens naar Royal Arthur, inspecteert er het Belgisch contingent en is in de wolken. De admiraal vertelt dat het BSAC (Belgian Shipping Advisory Committee) in 6 weken slechts 6 vrijwilligers heeft gerekruteerd. Hij beklaagt zich over de Belgische administratie en vraagt Billet zich zelf bezig te houden met de rekrutering, daar hij weet dat Billet de achting van de Belgische vissers geniet. Billet stuit hiervoor echter opnieuw op het verzet van Van Campenhout.Daar Billet zelf niet langer mag rekruteren stuurt hij met akkoord van Commodore Buckley, de bevelhebber van Royal Arthur, zijn mannen twee dagen met verlof met de uitdrukkelijk opdracht dat ze zelf nieuwe vrijwilligers moeten rekruteren.Een week later arriveert een nieuw contingent van 22 man ter versterking van de Belgische sectie. Victor Billet is dubbel gelukkig, want hij mag ook zijn vriend Luitenant Jonckheere verwelkomen die zich heeft aangemeld om Billet op 6 december af te lossen in Royal Arthur. Zijn sectie is in goede handen.  

Op 3 april 1941 werd er een “Admiralty Fleet Order” besteed aan de officiële oprichting van de “Belgian Section”. Hierin was voorzien dat het Belgisch personeel bij de Britse Koninklijke Marine werd ingedeeld. Hierdoor werd de ‘Royal Navy Section Belge’ officieel opgericht. Gerekruteerde vissers leverden de matrozen en stokers. De diverse specialiteiten werden door gewone burgers zonder zee ervaring ingevuld. De eerste opleiding van vijf weken werd gegeven bij “H.M.S. Royal Arthur” te Skegness. Daarna volgde een opleiding van één maand bij H.M.S. Lochinvar.Hierna kon de Commodore van  “H.M.S. Royal Arthur” één matroos op vijftien benoemen tot “able seamen” en één op dertig uitkiezen als onderofficier. Laatstgenoemden kregen dan een bijkomende vorming gedurende drie weken in Devonport en twee weken te Port Edgard. 

Na Devonport moest de sectie afzonderlijk beheerd worden. De bedoeling was hen te laten varen op korvetten, waarop broederlijk naast elkaar, de Britse en Belgische vlag in de masttop of aan de vlaggenstok op het achterschip werden gevoerd. Derhalve waren geen Belgische schepen bij de Royal Navy, maar Britse waarvan de tweede vlag beduidde dat zij bemand werden door Belgen.Victor Billet had het pleit gewonnen: hij bezat nu zijn Belgische sectie! Toen echter een “Senior Officer” moest worden aangesteld als bevelhebber van deze eenheid, trok Billet aan het kortste eind. Hij was wellicht te dynamisch, zeker een grote non-conformist en in elk geval moeilijk handelbaar. Daardoor werd hij door de Belgische administratie, maar tegen de wil in van Admiraal Dickens, opzij gezet ten bate van een andere Belgische marineofficier, die voordien ook in dienst van de staatspakketboten was. Het betrof Georges Timmermans, oud gezagvoerder van de “Princesse Marie-José”. 

Op 16 april 1941 minder dan vijftien dagen na de oprichting van de “Section Belge”, werd Victor Billet overgeplaatst naar de torpedojager H.M.S. “Brilliant” die op het punt om te vertrekken naar het midden van de Atlantische Oceaan. Op 12 mei 1941 verlaat de “Brilliant” zijn thuishaven. Hij heeft tot taak de konvooien tussen Freetown en Gilbratar te escorteren en de tankers die vijandelijke onderzeeërs en boten bevoorraden, te kelderen. De H.M.S. “London” en de H.M.S. “Brilliant” onderschepten op 4 juni 1941 de Esso Hamburg, die moest instaan voor de bevoorrading van het slagschip Bismarck, het pronkstuk van de Kriegsmarine, en brachten hem tot zinken. Victor Billet filmt de onderschepping en het kelderen van de Esso Hamburg. Rond 10 juli 1941 verlaat de “Brilliant” Gilbratar, met bestemming Chatam, waar de bemanning een welverdiend verlof wacht. Op de commandobrug staat Billet te trappelen van ongeduld om de zijnen weer te zien, zich opnieuw bezig te houden met “zijn” sectie, en zoals beloofd – het bevel te krijgen over een korvet. 

Op 17 juli 1941 wordt hij overgeplaatst naar de kazerne H.M.S. “Drake”, de toekomstige basis voor de Belgische Sectie in Devonport, nabij Plymouth. Maar op 21 juli 1941 volgt er een tegenbevel, en het is ook rond die tijd dat hij geruchten opvangt over een commandant van de pakketboten die zou zijn aangesteld als chef van de Belgische Sectie. Op dat moment weet Billet het nog niet, maar zijn carrière bij de Belgische Sectie is voorbij. Men heeft hem ter beschikking van de admiraliteit gesteld. 

Rond eind augustus 1941 krijgt Billet van de admiraliteit de toestemming om een flottielje van snelle motorboten op te richten. Hij wordt dan overgeplaatst naar de Coastal Forces. Op 1 september 1941 moet hij zich naar de basis H.M.S. “Attack” begeven, het hoofdkwartier van de Coastal Operations. Op 4 september begint zijn opleiding op de basis van H.M.S. “Wasp” in Dover. Hij laat dat weten aan Larose en Jonckheere, die zich respectievelijk in H.M.S. Royal Arthur en H.M.S. Lochinvar bevinden voor de opleiding van de Belgische rekruten. Hij vraagt hen de namen en de specialiteiten van de nieuwe rekruten door te spelen. Op 17 september bevindt hij zich op de basis H.M.S. Beehive in Felixtown, waar hij zijn opleiding kanonneerboten voltooit. Rond die tijd verneemt hij ook per brief dat de meeste rekruten van de eerste vier contingenten zich hebben opgegeven om met hem te varen. Terug in H.M.S. Beehive stelt hij op 5 oktober een rapport op voor Admiraal Dickens waarin hij voorstelt om een flottielje van snelle motorboten te kunnen oprichten. 

Op 8 oktober gaat hij naar de admiraliteit en krijgt daar tot zijn tevredenheid te horen dat zijn project aanvaard is. Op 18 oktober wordt hij opnieuw ontboden om te horen dat zijn project voorlopig in de koelkast wordt geborgen. Ondertussen wordt hij naar de school van de kuststrijdkrachten  H.M.S. St. Christopher gestuurd in het Schotse Fort William, ter voltooiing van zijn opleiding.Hij keert op 31 december 1941 terug naar H.M.S. St.-Christopher.Begin januari 1942 mag Luitenant Billet met verlof gaan. Dat verlof loopt tot 15 mei 1942. Vier maanden betaald verlof in volle oorlog…. Ongelooflijk maar waar! Blijkbaar werd Billet buiten spel gezet ten gevolge van een geschil tussen de Belgische regering en de Britse admiraliteit, in verband met de weigering van onze regering voor de oprichting van een Belgisch flottielje. Wanneer Billet op 16 mei 1942 aankomt in H.M.S. “Dundonald” in het Schotse Troon, een groot legerkamp en de basis van de beach commandos, wordt hij doorgestuurd naar H.M.S. “Dinosaur”, een opleidingsbasis voor allerlei landingsvaartuigen. Men wijst er hem op dat hij sinds 19 oktober 1941 deel uitmaakt van de RNR (Royal Navy Reserve) en dat het nu hoog tijd is dat hij zijn galons met golflijn (van de RNVR) vervangt door gevlochten boordsels. Op 26 mei reist hij naar de andere kant van Groot-Brittannië, naar H.M.S. “Mastadon”, een van de basissen van het hoofdkwartier van de Combined Operations. 

Eind mei krijgt Lt. Billet zijn mutatie naar H.M.S “LCT 159”, een Landing Craft Tank (een vaartuig dat 7 tanks van 20 ton of 3 tanks van 40 ton aan boord kan nemen), bemand door twee officieren en tien matrozen. Sub-Lt. Wilfried Cooke RNVR wordt aangesteld als bevelhebber. Hij bevindt zich nu op het eiland Wight. Vanaf 20 mei 1942 stromen op het eiland Wight zowat 5.000 Canadezen toe samen met hun tanks en zo’n 240 schepen, van allerlei soort, bemand door 2.000 zeelui, dit alles met het oog op de manoeuvres ter voorbereiding van de raid op Dieppe. Dagelijks wordt er hard geoefend. De Staf had beslist om de aanval te laten plaatsvinden tussen 3 en 9 juli. Op 1 juli verlaten de LCT flottieljes hun respectievelijke basissen om na middernacht in het grootste geheim de tanks van het 14de bataljon te gaan oppikken.  Op 3 en 4 juli wordt de aanval uitgesteld wegens het slechte weer.Op 5 juli krijgt het hoofdkwartier te horen dat de 10de Panzer Division, die teruggekeerd is uit Rusland zich in de buurt van Amiens bevindt, op 70km van Dieppe. Men besluit dan ook de aanval 48 uur uit te stellen. De aanval wordt helemaal afgeblazen op 7 juli nadat de vloot bestookt wordt door de Luftwaffe. 

Bij avondschemering van de 18de augustus glijden de schepen volgeladen met troepen en materiaal stilletjes over het Kanaal. Een groot deel van de nacht vorderen ze in alle stilte in de richting van de Franse kust. Maar ongeveer één uur voor dageraad ontmoet de flottielje die moet ontschepen aan de oostelijke punten (Berneval - Belleville), een Duits konvooi komende van Boulogne-sur-Mer. Een kort maar hevig gevecht breekt los. De landingsvaartuigen op de linkervleugel, die de manschappen van het 3de Commando vervoeren, worden verspreid. Op 23 inschepingen zullen slechts 7 hun troepen op de stranden van Berneval en Belleville brengen. Een tweede gevolg van dit treffen was dat het geluid van het zeegevecht de nabije Duitse kustverdediging alarmeerde. Deze kwam in actie in minder dan 10 minuten na het begin van de schermutselingen. Van dit ogenblik af waren de kansen op slagen van de operatie omgeslagen. dieppe02_map_e
In de morgen van 19 augustus, werden acht stranden in de regio Dieppe van Sainte-Marguerite tot Berneval, het theater van de Opération Jubilée. Ten oosten en ten westen van Dieppe had elke aanval een strategische plaats als objectief. Op 19 augustus 1942, namen meer dan 6 000 manschappen deel aan de Raid op de stranden van Dieppe. De meerderheid onder hen waren Canadezen. Naast de 4.963 Canadezen, hielpen ook  soldaten van andere nationaliteiten. Men telde 1.075 Britten, 50 Amerikaanse Rangers en een 20-tal militairen van het 10de intergeallieerd commando toegevoegd aan de drie machten : marine, luchtmacht en landmachtcommando’s. Polen, Australiërs, Nieuw-Zeelanders, Belgen, Tsjechen en Fransen namen eveneens deel aan deze militaire operatie. Een Poolse torpedojager  werd aan de Britse vloot toegevoegd. Aan Duitse kant verzetten 2 000 Duitsers zich tegen de landing tussen Bernéval en Sainte-Marguerite-sur-mer. Zij werden vrij vlug van versterking voorzien door in Rouen, Amiens en in de onmiddellijke omgeving van Dieppe  gestationeerde troepen. 

LCT-159

De Belgische bijdrage aan deze zeer bloedige 19 augustus 1942, die het leven kostte aan 1218 geallieerden, kan als volgt worden samengevat: vooreerst is er de Luitenant-ter-zee Victor Billet. Hij was aan boord van de LCT ( Landing Craft Tank ) 159 in de hoedanigheid van "naval liaison officer" bij het 14th Army Tank Battalion van het Calgary Regiment. Met 15 bemanningsleden vervoerde de LCT 159  (omgedoopt tot LCT 3) zes tanks van het Canadese Calgary regiment. Luitenant-ter-zee Billet werd vermist tijdens de landing. Hoogstwaarschijnlijk is hij gesneuveld op het strand van Dieppe. Maar Victor Billet was niet de enige Belg die deelnam. Vaandrig-ter-zee Jules Van Dijck was aan boord van de mijnenveger “Ilfracombe”, die deel uitmaakte van flottielje van Portsmouth en die als opdracht had om een vaargeul te openen voor de armada van Kapitein-ter-zee Hughes Hallett. Luitenant-ter-zee Georges De Poorter, voorheen maritiem commissaris, was aan boord van de LSI «Queen Emma». 

Van de negen LSI ( Landing Ship Infantry ) die de landingstroepen naar hun operatieterreinen brachten waren vier Belgische mailboten van de lijn Oostende-Dover: de “Prince Charles”, de “Prince Léopold”, de “Prins Albert” en de “Prinses Astrid”. De “Prince Charles” transporteerde de Royal Hamilton Light Infantry van Luitenant-kolonel Labatt; de “Prince Léopold” had aan boord de Canadees Jasperson aan wie de frontale aanval oost was toevertrouwd; de “Prins Albert” transporteerde de manschappen van het intergeallieerd commando  n° 4 ( majoor Robert Mills die ontscheepte op Vasterival en majoor Lord Lovat die ontscheepte te Quiberville ). Tenslotte was er de “Prinses Astrid” die een deel van het Royal Regiment of Canada van Luitenant-kolonel Catto transporteerde die opereerde in Puys. 

 

Onze Belgische zeelui waren aanwezig op zee, maar ook onze Belgische vliegeniers waren aanwezig in de lucht om de dekking van de operatie te verzekeren. Het 350ste Belgisch Squadron van de Royal Air Force, aangevoerd door  de Squadron Leader Guillaume werd versterkt met twee Tsjechische, één Pools en één Amerikaans squadron. Pikant detail hierbij was dat het de eerste maal was dat een Amerikaans jacht squadron een uitval deed en het was onder de auspiciën van een Belgische wing chef dat de vuurdoop gerealiseerd werd.

Ziehier de balans van de 19de augustus 1942 zoals vermeld in de documenten van luitenant A. Dumont: « Het squadron deed 4 collectieve en 47 individuele vluchten: 6 FW 190 en 1 JU 88 werden vernietigd, 11 FW 190 en DO 217 werden beschadigd. Geen enkele van onze Spitfires moest terugkeren wegens technisch defect, twee echter werden licht beschadigd. Er viel een enkel verlies te betreuren, de Pilot Officer Marchal, die moest landen ten zuiden van Dieppe.Hij werd gevangen genomen en vastgehouden als krijgsgevangene.

Op 7 oktober 1942, verleende de Koning van Engeland het D.F.C (Distinguished Flying Cross) aan Squadron Leader Guillaume. Dezelfde onderscheiding werd toegekend aan Pilot Officer Dumonceau de Bergendael. Het 350ste squadron werd in de dagorders van het Belgisch Leger vermeld met de toekenning van het oorlogskruis en het opschrift “Dieppe” op haar standaard.

Bronnen:

1. Boek "De Strijd van Luitenant Victor Billet" door Georges Billet - Uitgev. J.M.P. Trends

 2. Boek “Les Canadiens à Dieppe” door Jacques Mordal – Presses de la Cité Paris 

3. Boek “Dieppe, Jour de honte, Jour de gloire” dooe Terende Robertson - Presses de la Cité Paris

 

16:07 Gepost door Het Herdenkingscomit in Algemeen | Permalink | Commentaren (3) |  Facebook |